Behandeling door de raad van discipline

Na de voorprocedure bij de deken volgen de hoofdlijnen van de meest voorkomende procedures. Varianten daarop en andere wettelijke bevoegdheden van de raad van discipline zijn in de wet te vinden en bij de veelgestelde vragen.

De behandeling door de raad van discipline eindigt met een voorzittersbeslissing of een beslissing van de raad.

De voorzitter van de raad van discipline kan de klacht zelf schriftelijk afdoen, bijvoorbeeld als naar zijn oordeel de raad kennelijk onbevoegd is of de klacht kennelijk ongegrond, (kennelijk) niet-ontvankelijk of van onvoldoende gewicht. Ook kan hij een klacht die zich daartoe leent doorverwijzen naar een klachten- of  geschilleninstantie. Van deze voorzittersbeslissingen ontvangen partijen, klager en verweerder, bericht.

Als de klacht niet wordt afgedaan met zo’n voorzittersbeslissing, wordt er een zitting gepland. Tijdens deze mondelinge behandeling buigt een kamer van tuchtrechters van de raad van discipline zich over de zaak, bijgestaan door een griffier. Partijen worden uitgenodigd de zitting bij te wonen. Tijdens de zitting kunnen partijen, desgewenst bijgestaan door een advocaat of gemachtigde, hun standpunt nog toelichten. Ook kan de raad van discipline vragen stellen aan partijen.