Persbericht 14 juli 2026 over beslissing Raad van Discipline Amsterdam
Persbericht 14 juli 2026 over beslissing Raad van Discipline Amsterdam
Persbericht mondelinge uitspraak Raad van Discipline Amsterdam over wijziging voorlopige voorziening op verzoek van een strafrechtadvocaat
Op 30 juni 2026 heeft de Amsterdamse raad het verzoek van de strafrechtadvocaat tot wijziging van de tegen hem opgelegde voorlopige voorziening op zitting behandeld. Bij (mondelinge) uitspraak van 30 juni 2026 zijn de voorlopige voorzieningen gewijzigd.
Voorgeschiedenis
Bij beslissing van 19 januari 2026 (ECLI:NL:TADRAMS:2026:9) is aan de strafrechtadvocaat een voorlopige voorziening opgelegd. Deze voorlopige voorziening houdt vooral in dat hij zijn werkzaamheden tijdens de behandeling van het -aangehouden- dekenbezwaar moet verrichten onder het toezicht van een onafhankelijke advocaat en dat hij geen cliënten bijstaat in de piketfase, in de periode van de eerste drie dagen na een aanhouding, en ook niet in de (verdere) voorlopige hechtenis.
Huidig verzoek
Verzoeker heeft duidelijk gemaakt dat de opgelegde voorziening zeer belastend voor hem is en grote gevolgen heeft voor zijn praktijkuitoefening. De raad ziet hierin aanleiding om de opgelegde voorziening te versoepelen. Bij deze beslissing speelt ook mee dat – hoewel sprake is van een nog lopend opsporingsonderzoek en een ernstige verdenking jegens verzoeker – sinds de arrestatie van verzoeker inmiddels ruim veertien maanden zijn verstreken en niet duidelijk is wanneer het OM een beslissing zal nemen over de strafrechtelijke vervolging van verzoeker.
Met ingang van 15 juli 2026 wordt de voorlopige voorziening als volgt aangepast. De raad heft op de voorwaarde dat de strafrechtadvocaat geen cliënten mag bijstaan die zich in de piketfase, in de periode van de eerste drie dagen na een aanhouding, als ook in (verdere) voorlopige hechtenis bevinden. Daarbij bepaalt de raad dat de strafrechtadvocaat geen cliënten mag bijstaan die verblijven in de Extra Beveiligde Inrichting en/of op de Afdeling Intensief Toezicht.
Daarnaast heft de raad op het toezicht door de onafhankelijke advocaat. In plaats daarvan bepaalt de raad dat de deken periodiek toezicht zal houden op de werkzaamheden van de strafrechtadvocaat.
Hoger beroep
Partijen hebben 30 dagen de tijd om tegen de beslissing van de raad hoger beroep in te stellen bij het Hof van Discipline. Dit hoger beroep heeft geen schorsende werking.
Zie voor de volledige overwegingen van de raad de beslissing die bij deze persverklaring is gepubliceerd: ECLI:NL:TADRAMS:2026:149.