Navigation

Persbericht en beslissing Raad van Discipline Amsterdam 29 juni 2026

Model.Value("altTekst")
  1. Pers
  2. Nieuwsberichten
  3. Persbericht en beslissing Raad van Discipline Amsterdam 29 juni 2026

Persbericht en beslissing RvD Amsterdam 29 juni 2026

Persbericht over de beslissing van de Raad van Discipline Amsterdam over bijstand advocaat bij terugkeer gedetineerde in de Verenigde Staten 

Op 18 mei 2026 heeft de Amsterdamse raad een zaak op zitting behandeld van een klager die jarenlang gedetineerd was in de Verenigde Staten en onlangs naar Nederland is overgebracht. Vandaag, 29 juni 2026, doet de raad uitspraak in deze zaak.

Voorgeschiedenis

Klager heeft een klacht ingediend over verweerder die geadviseerd heeft over zijn terugkeer naar Nederland. Dit is niet de eerste klacht die klager over verweerder heeft ingediend. In een eerdere klachtprocedure heeft klager verweerder verweten dat hij zich schuldig had gemaakt aan belangenverstrengeling door eerst betrokken te zijn bij de zaak van klager en door later het Ministerie van Buitenlandse Zaken (BuZa) daarover te adviseren. Over deze klacht heeft de raad in zijn beslissing van 11 december 2023, ECLI:NL:TADRAMS:2023:233, geoordeeld dat klager en BuZa hetzelfde, gemeenschappelijke belang hadden, namelijk het terughalen van klager naar Nederland. Verweerder heeft daarom met zijn advisering aan klager en BuZa geen tegenstrijdige belangen gediend. Het Hof van Discipline heeft deze beslissing van de raad op 27 september 2024 bekrachtigd (ECLI:NL:TAHVD:2024:249). 

Tuchtklacht

In de klacht die de raad op 18 mei 2026 heeft behandeld is de advisering van verweerder aan klager en daarna aan BuZa opnieuw aan de orde gesteld. Na een Woo-procedure in het najaar van 2024 en 2025 zijn volgens klager documenten vrijgekomen die een ander licht werpen op de zaak. De raad moet eerst beoordelen of de klager wel opnieuw een klacht over de advisering van verweerder kon indienen. In het tuchtrecht kan namelijk niet opnieuw worden geklaagd over een gedraging van een advocaat waarover de tuchtrechter eerder al (onherroepelijk) heeft geoordeeld. Daarnaast moet een klager zijn klachten zoveel mogelijk bundelen om te voorkomen dat over hetzelfde feitencomplex steeds aparte tuchtprocedures worden gevoerd. 

De raad oordeelt dat de door klager naar voren gebrachte omstandigheden geen hernieuwde beoordeling van de aan verweerder verweten belangenverstrengeling rechtvaardigen. De nieuwe klacht hierover is daarom niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de raad deze klacht niet inhoudelijk kan beoordelen. Verder oordeelt de raad dat verweerder in de vorige klachtprocedure geen bewust onjuiste informatie heeft verstrekt over zijn bijstand aan klager. De klacht hierover is ongegrond. 

Hoger beroep

Partijen hebben 30 dagen de tijd om tegen de beslissing van de raad hoger beroep in te stellen bij het Hof van Discipline. Zie voor de volledige overwegingen van de raad de beslissing die bij deze persverklaring is gepubliceerd.

25-738 Beslissing RvD Amsterdam 29 juni 2026