Persbericht en beslissingen Raad van Discipline Amsterdam
Persbericht en beslissingen RvD Amsterdam 1 juni 2026
Persbericht over de beslissingen van de raad van discipline Amsterdam over twee strafrechtadvocaten
Op 23 maart 2026 heeft de Amsterdamse raad twee zaken op zitting behandeld waarin door een voormalig cliënt is geklaagd over de deskundigheid en/of de (financiële) integriteit van twee strafrechtadvocaten. Vandaag, 1 juni 2026, doet de raad uitspraak in beide klachtzaken.
Voorwaardelijke schorsing van vier weken (strafrechtadvocaat 1)
Strafrechtadvocaat 1 heeft het vertrouwen in de advocatuur geschaad door te handelen in strijd met de in de advocatuur belangrijke kernwaarden deskundigheid en (financiële) integriteit. Daarom legt de raad aan strafrechtadvocaat 1 een maatregel op. Daarbij heeft de raad met de volgende omstandigheden rekening gehouden.
De raad rekent het strafrechtadvocaat 1 zwaar aan dat hij op geen enkel moment schriftelijk aan zijn cliënt heeft bevestigd welk aanzienlijk risico er kleeft aan de processtrategie om de verklaring van de cliënt ingrijpend te wijzigen, terwijl er al een duidelijke (andersluidende) verklaring van de cliënt in het strafdossier zat. Door deze processtrategie wordt de in zedenzaken zo belangrijke betrouwbaarheid van (de verklaring van) de verdachte aangetast. Strafrechtadvocaat 1 heeft er ter zitting geen blijk van gegeven dat hij het laakbare van het gebrek aan schriftelijke vastlegging van de processtrategie inziet.
Verder rekent de raad het strafrechtadvocaat 1 zwaar aan dat hij excessief voor de verrichte werkzaamheden heeft gedeclareerd in een strafdossier van beperkte omvang (225 bladzijden) en dat hij de cliënt voorafgaand aan zijn werkzaamheden geen inschatting heeft gegeven van de totale kosten. Ook het niet maandelijks verstrekken van uren-overzichten, zoals was toegezegd, en de onoverzichtelijke en niet transparante opdrachtbevestiging en declaraties, waardoor ook ter zitting onduidelijkheid bleef bestaan over wat er in totaal is gedeclareerd en welke declaraties nog openstonden, is ernstig tuchtrechtelijk verwijtbaar.
Ondanks het feit dat aan strafrechtadvocaat 1 niet eerder een tuchtmaatregel is opgelegd, legt de raad aan deze advocaat de maatregel op van een voorwaardelijke schorsing in de uitoefening van zijn praktijk voor de duur van vier weken met een proeftijd van 2 jaar. Dit betekent dat deze schorsing alsnog onvoorwaardelijk kan worden als strafrechtadvocaat 1 binnen de proeftijd opnieuw tuchtrechtelijk verwijtbaar handelt.
Berisping (strafrechtadvocaat 2)
Strafrechtadvocaat 2 heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door excessief te declareren, vooraf geen kosteninschatting te geven, geen transparante opdrachtbevestiging en declaraties te verstrekken en door geen maandelijkse overzichten te versturen. Dit is in strijd met de voor de advocatuur belangrijke kernwaarde (financiële) integriteit. De raad legt strafrechtadvocaat 2 hiervoor een maatregel op. Daarbij heeft de raad met de volgende omstandigheden rekening gehouden.
Er is excessief gedeclareerd in een relatief eenvoudig strafdossier van beperkte omvang (225 bladzijden). Strafrechtadvocaat 2 heeft voorafgaand aan de werkzaamheden geen inschatting gegeven van de totale kosten. Door de onoverzichtelijke en niet transparante opdrachtbevestiging en declaraties was ook ter zitting niet duidelijk wat er in totaal is gedeclareerd en welke declaraties de klager heeft betaald. De raad vindt dat ernstig tuchtrechtelijk verwijtbaar.
Verder houdt de raad er rekening mee dat strafrechtadvocaat 2 heeft erkend dat er geen maandelijkse urenoverzichten zijn gestuurd en dat zij feitelijk niet de behandelend advocaat in de strafzaak van de cliënt is geweest, ondanks het feit dat haar naam wel vermeld is op een processtuk. Ook weegt de raad mee dat aan strafrechtadvocaat 2 niet eerder een tuchtmaatregel is opgelegd.
De raad legt aan strafrechtadvocaat 2 de maatregel van een berisping op.
Hoger beroep
Partijen hebben 30 dagen de tijd om tegen deze beslissingen van de raad hoger beroep in te stellen bij het Hof van Discipline.
Zie voor de volledige overwegingen van de raad de beslissingen die bij deze persverklaring zijn gepubliceerd. De geanonimiseerde beslissingen zijn vanaf 2 juni 2026 ook te vinden op tuchtrecht.overheid.nl.
25-709 RvD Amsterdam beslissing 1 juni 2026
25-710 RvD Amsterdam beslissing 1 juni 2026